Aangemoedigd door topatlete Lieke Klaver rent een tiental basisschoolleerlingen uit de buurt op hoge snelheid richting de feestlocatie bij Burgerwindpark A2 Lage Rooijen. Door letterlijk ‘door het lint’ te gaan, openen zij op 6 juni 2026 het windpark in de gemeente Maasdriel. Sinds eind 2025 voorzien de drie turbines in het park ruim 14.000 huishoudens van groene stroom. Jan Voskamp, bestuurslid van Coöperatie Bommelerwaar, kijkt vol trots toe. Hij is bijna vanaf het begin nauw betrokken bij de wordingsgeschiedenis van het windpark. En die ging zeker niet altijd over rozen.

Foto: Christine Wevers, Burgerwindpark A2 Lage Rooijen
2018: principeverzoek naar gemeente
‘Al in 2017 zat ontwikkelaar GreenTrust om tafel met de toen recent opgerichte Coöperatie Bommelerwaar’, blikt Jan terug. ‘Dat was de start van de samenwerking om een windpark te realiseren op de locatie Lage Rooijen, ten oosten van de A2, vlak bij de Maas. Het moest een burgerwindpark worden, waarvan onze coöperatie voor 50% eigenaar zou zijn. In 2018 dienden we, na onder andere huiskamergesprekken met omwonenden, samen een principeverzoek in bij de gemeente voor drie windturbines op de plek waar ze nu staan.’ Het pas gevormde college stond niet direct te springen. ‘Het voorstel paste niet in het bestuursakkoord dat zij hadden gesloten’, zegt Jan. Het college legde het voor aan de gemeenteraad die, na de nodige discussie, in juni 2019 met één stem verschil voor stemde.’ Daarbij speelde mee dat intussen het proces was gestart richting de RES 1.0, waaraan ook de gemeente Maasdriel een aandeel duurzame opwek moest leveren.
Gemeente neemt regie
Vanaf dat moment startten GreenTrust en Bommelerwaar de ontwikkeling van het windpark, in nauwe samenwerking met Frenkel Beerens, extern projectleider namens de gemeente. Een belangrijke stap was dat de gemeente de bevoegdheid over windenergie overnam van de provincie, die destijds nog bevoegd gezag was voor windparken met een vermogen tussen 5 (nu 15) en 100 megawatt. ‘Door de bevoegdheid over te nemen, heb je als gemeente zelf de regie’, zegt Frenkel. Tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en de omgevingsvergunning doemde een eerste grote hobbel op: de covidcrisis. ‘Daardoor konden we moeilijk fysieke bijeenkomsten houden’, zegt Jan. Toch wisten de initiatiefnemers omwonenden en andere belangstellenden goed te betrekken via onder andere digitale informatiesessies. Eind 2020 stelde de gemeenteraad het bestemmingsplan voor het windpark vast en gaf het college een omgevingsvergunning af.
Lokale normen
Tegen dat besluit werd beroep ingesteld bij de Raad van State. Dat was nog in behandeling, toen de Raad oordeelde dat het Europese Nevele-arrest ook in Nederland van toepassing was. Overheden konden vanaf dat moment bij besluitvorming over windparken niet langer gebruikmaken van landelijke milieuregels voor onder andere geluid en slagschaduw. ‘Dat betekende dat het beroep tegen ons windpark gegrond zou worden verklaard als we niets zouden doen’, zegt Jan. ‘Wij besloten om dat niet af te wachten, maar om lokale normen op te stellen. De Raad van State stelde dat zelf als mogelijkheid voor.’ Zo geschiedde. Een half jaar later diende het college een gewijzigd plan in bij de gemeenteraad, op basis van lokaal opgestelde normen. Tegen dat door de raad vastgestelde ‘herstelbesluit’ werd opnieuw beroep aangetekend. Op 1 november 2023 komt de lang verwachte uitspraak van de Raad van State: alle bezwaren zijn afgewezen. Doordat de gemeenteraad een ‘coördinatiebesluit’ had genomen, waren daarmee zowel het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning als de water- en de natuurvergunning onherroepelijk: de voorbereiding van de bouw kon starten.
‘Al met al leverde dit ons drie jaar vertraging op’, constateert Jan. ‘Maar het knappe is dat de ontwikkelaar en de coöperatie die jaren niet lijdzaam hebben afgewacht’, zegt Frenkel. ‘Het hele traject heeft lang geduurd, maar het had niet efficiënter gekund. Alles wat ze alvast konden doen, hebben ze gedaan, om de verloren tijd zo goed mogelijk te benutten.’ Als voorbeeld noemt Frenkel de klankbordgroepen die Bommelerwaar en GreenTrust organiseerden. Ze gingen daarin met omwonenden in gesprek over hun zorgen, bijvoorbeeld over gezondheid, en met natuurorganisaties over maatregelen om onder andere wezels en marters te beschermen. ‘Dat open gesprek is voor mij de kern van dit succesverhaal', zegt Frenkel. ‘Het is cruciaal dat je gedurende het hele proces aanspreekbaar bent’, beaamt Jan. ‘Laat zien dat je niet een rijke investeerder bent, maar onderdeel van de gemeenschap. In de klankbordgroepen spraken voor- en tegenstanders met mensen die neutraal tegenover het windpark stonden. Dat heeft gelukkig nooit geleid tot schisma’s tussen mensen.’
Reddende engel
In de tussentijd regelde de projectgroep ook de nodige technische zaken. Er was overleg met de netbeheerder over een stroomcontract, SDE++-subsidie was al eerder aangevraagd, en de provincie Gelderland verstrekte twee leningen van samen 400 duizend euro voor de ontwikkeling van het park. Toch doemde, na het groene licht van de Raad van State, de financiering op als nieuwe hobbel in het proces. ‘Naast de leningen hadden we ook eigen vermogen nodig van 3,5 miljoen euro’, zegt Jan. ‘Via een obligatie-uitgifte onder omwonenden en leden haalden we 1,1 miljoen euro op. Lang niet voldoende dus, terwijl ‘financial close’ naderde. We zaten met de handen in het haar.’ En dan komt Deltawind, de energiecoöperatie op Goeree-Overflakkee, in beeld. ‘Onze reddende engel’, glimlacht Jan. ‘GreenTrust kwam in mei 2024 bij ons met het verhaal van Lage Rooijen’, vertelt Maarten Zuurmond, bestuurder van Deltawind. ‘Wij waren direct geïnteresseerd. Wij bestaan al sinds 1989 en hebben het financieel goed gedaan met onze windparken. Wij wilden ons verdiende geld graag in nieuwe duurzame projecten investeren, maar op ons eiland was de RES-opgave klaar. We stonden net voor de vraag hoe verder. Dit initiatief kwam dus op een goed moment.’
Het klikte tussen de coöperaties en ze werden het, na raadpleging van hun leden, snel eens: Deltawind zou het ontbrekende deel financieren. Met de afspraak dat de inbreng stap voor stap wordt terugbetaald via toekomstige obligatierondes, waaraan ook de leden van Deltawind kunnen meedoen. ‘Dit voorjaar hebben we bij een nieuwe obligatieronde 700 duizend euro opgehaald’, zegt Jan. ‘De turbines staan er nu, dat maakt het makkelijker. Mensen zijn eerder bereid te investeren in een park dat operationeel is dan in windturbines die nog gebouwd moeten worden. Deze ronde was zelfs overtekend.’ ‘Mede door de vertraging en de barrières waar Bommelerwaar tegenaan gelopen is, is de businesscase niet royaal’, licht Maarten toe. ‘Daarom wilden we niet direct te veel risico lopen. Over twee of drie jaar volgt een nieuwe obligatieronde.’
‘Houd elkaar stevig vast tot aan de oplevering’
Het windpark is ondergebracht in een BV, waarvan Bommelerwaar en Deltawind samen voor 50% eigenaar zijn, en de ontwikkelaar voor de overige 50%. Intussen doen de turbines wat ze moeten doen: groene stroom leveren voor huishoudens in de omgeving. Een omgevingsfonds zal duurzame projecten in de buurt financieren. Wat zijn de geleerde lessen van het project? Frenkel: ‘Het succes zit ‘m vooral in de openheid en de intensieve samenwerking. Gemeente en initiatiefnemers moeten het echt samen doen, en de contacten niet laten verwateren gedurende het proces. Een project is niet gereed als de vergunning onherroepelijk is. Houd elkaar stevig vast tot aan de oplevering.’ ‘De lijn met de gemeente is heel belangrijk’, bevestigt Jan. ‘Frenkel was voor ons, als externe projectleider, altijd bereikbaar. Maar voor de betrokkenheid van de gemeente is het nog beter als er een intern aanspreekpunt is.’
Maarten ervaart dat windprojecten voor kleine coöperaties behoorlijk ingewikkeld zijn. ‘Je hebt met zulke grote bedragen en investeringen te maken’, zegt hij. ‘Hoe krijg je dat voor elkaar als kleine coöperatie met weinig geld? Dat vind ik wel een zorgpunt. Wij hebben Bommelerwaar nu kunnen helpen, maar dat is geen structurele oplossing.’ Maarten, Jan en Frenkel zijn het erover eens dat daar ook een taak ligt voor gemeenten en provincies. ‘Lokaal eigendom is mooi en belangrijk’, zegt Maarten. ‘Maar overheden moeten goed nadenken over hoe zij kunnen helpen om het mogelijk te maken. Coöperaties kunnen het niet alleen. We hebben elkaar echt allemaal nodig om wind op land toekomst te geven.’
Meer informatie:

Foto: Christine Wevers, Burgerwindpark A2 Lage Rooijen